Posted by: Gilbert | 27 juni 08

Sponske vertelt : De Langhestraat

We waren alweer een heel tijdje op wandel en kwamen in de De Langhestraat. Ge moet niet met uw wenkbrauwen fronsen, de naam van de straat is De Langhestraat, dus kwamen we in de De Langhestraat.
In de volksmond wordt de eerste “de” natuurlijk weg gelaten maar just is just.

Als ge zo links en rechts eens informeert in onze wijk Heihoek dan woonden hier destijds heel wat droge levers, want aan cafés was er zeker geen tekort.
Vandaar het spreekwoord : Waar een kameel veertien dagen kan werken zonder drinken, kunnen ze in Mechelen veertien dagen drinken zonder werken.

De De Langhestraat was wel één van de koplopers, er waren naar het schijnt wel veertien stamineekes zoals : bij Lange Jeannet, bij Liese Ketelaer in de Grote Pint (waar de Dijlespurters werd gesticht), bij Net Keuster, De Notelaar, ‘t Hovenierke, De Spiegel, de Galge-Poort bij scheel Regien, ‘t Klein Bier, De Jumbo, Het Rozeke bij Mil de Zot, Mie boerinneke, Chelle Goossens, Lowis van ‘t Smetje en bij Schele Jan en bij Trieneke waar je op de poef kon kopen.
Neniele boterham, dat is nu wel veel minder geworden want een café is er nergens meer te bespeuren, spijtig, want ik kreeg al dorst van al dat geloop, en bij onze pa zag ik de goesting voor een frisse pint zo opborrelen.
Een zeer gewaardeerd snackje in de cafés was ” Van ‘t Sneutsje”, een soort kip-kap van kalfskop, varkensoren en -poten, het werd gegeten met brood.
Zeer populair waren ook de spaarkaskes, de buurtbewoners spaarden wekelijks een kleine som, en die werd gedeponeerd bij een financiële instelling, en met de opbrengst werd een feestmaal of teerfeest georganiseerd.

Opa vertelde dat deze straat vroeger andere namen zou hebben gehad zoals de oudste benaming ‘OudeVeste” of “Oude Gracht”, omdat ze behoorde tot de omwalling van het eerste Mechelen.
Deze omwalling was een aarden wal of gracht die toen liep van de Haverwerf aan de Dijle langs het Hertshoornstraatje over de Adegemstraat, zo langs de De Langhestraat tot aan de Ganzendries.
De afsluiting ging dan verder de Hoogstraat over naar de Milsenstraat toe, het O.-L.-Vrouwkerkhof voorbij tot aan de O.-L.-Vrouwstraat, en liep verder door de straat die nu ‘t Pleintje wordt genoemd en stopte aan de Dijle.
Deze benaming, volgens opa, was er tot de XIV de eeuw.
Dan kwam er de familie Van Oudeghem wonen, in een groot huis op de hoek van de Adegemstraat en werd de straat Oudeghemstrate genoemd.
Raemstrate was de volgende naam, en de oorzaak zou het bestaan zijn van enkele lakenramen, en zo zitten we in de XV de eeuw.
Later sprak men ook van Nieuwstraat, wegens de verbreding van de straat.
Kunt ge nog volgen ?

Mijn oma hare mond viel open van zoveel wijze woorden, en dat ze er geen speld kon tussenkrijgen was dan nog het ergste.
Ondertussen ging opa onverstoord verder, en bevestigde dat in 1544 de straat dan eindelijk De Langhestraat werd genoemd, naar een oud-Mechels geslacht in de XVI de eeuw.
Het was de familie de Langhe alias Papegaeys.

De De Langhestraat, samen met nog tal van andere straten in de wijk, werd vroeger ook ” ‘t Quartier” genoemd, omdat er veel kabardoesjkens waren.
Ik vroeg aan opa wat dat was, maar als enig antwoord kreeg ik, Euh, euh !!!
Oma onderbrak zijn vloeiende uitleg met de melding dat we moesten voortmaken want anders konden we in deze straat blijven slapen.
Hoe dan ook, te weten komen zou ik het toch, onze pa zegt immers altijd dat er geen kinderen meer zijn, en deze keer gaf ik hem eens overschot van gelijk.

Hier waren ook twee fortjes, ge weet wel, steegjes of achterplaatsen waar kleine huisjes verzameld waren rond een tuin, en tot woning dienden van minder gegoede mensen.
Weet iedereen wat een schapraai en een spinneke is ?
Juist, een schapraai is een provisiekast en een spinneke is een bergruimte onder de trap.
Gelukkig gebruikt onze opa geen kwispedoor, daar zou oma niet zo gelukkig mee zijn.
Wat dat is ?, wel dat mag je nu eens zelf uitvissen.
De twee fortjes waren de Rozekenspoort, genoemd naar de prachtige rozelaar die er toen stond, en de Galgepoort, een overschot van het vroegere Vuurpanstraatje of Collierstraatje dat doorliep tot in de Hoogstraat naast het huis “De Vuurpan”(brouwerij) nummer 6 en 8.
Er stond geen galg zoals ge misschien ten onrechte zou denken.
Beide poorten werden afgebroken in 1953, het jaar van de laatste burenkermis.

Een appartementsgebouw kwam in de plaats en de De Langhestraat werd wel veel gezonder om er te leven, maar ze verloor veel van haar aantrekkingskracht, zodanig zelfs dat in 1973 al geen enkele herberg meer te vinden was.
De mensen kenden elkaar niet meer, ne “simpele” goedendag kon er nog met moeite af, en na 19.00 uur was de straat zo goed als verlaten.
Er was nog wel de kruideniers- en groentewinkel van Waar en Julienne, waar men van die kleine patatjes kon kopen die dan allemaal in een groene gespikkelde machine verdwenen om er mooi gekuist uit te komen.
Een hele gebeurtenis voor die tijd.
Een tweede winkeltje, kleiner maar meer geliefd door de jeugd was het snoepwinkeltje “Bij Marieke”.
Men mocht er kiezen zolang men wilde, al hielp ze u soms als de keuze te moeilijk leek.
De kinderen konden er voor één frank rode neuzen, zwarte centen, bakkes vollen, toverbollen, nestels en zuurtjes kopen, naast meskensvlees (witte en roze spekken), en langenasem.
In deze straat woonde op nummer 110 Pluimke of Jan Van der Pluym, eens worstelkampioen van Mechelen.

Zo een buurtkermis was wel plezant met de vele oude volksspelen zoals mastklimmen, baksteken, strooplekken, zaklopen, enz…
In de cafés kon men dan paardenschep met brood eten of mosselen met frieten.
Eén van de caféspelen was “Vogelpik”.
Aan het plafond hing een grote houten vogel, van rond de drie kilo.
De speler moest het gevaarte met een leren riem naar achter trekken, mikken en loslaten.
Wie scoorde moest de ijzeren pin, die in de bek van de vogel zat, in de roos schieten.
Er waren ook de serieuze wandelingen en de kinderstoeten die heel wat volk lokten.
Een kleine tip misschien voor de huidige buurtfeesten, voegde oma er fijntjes aan toe.
Zeg dat wel, antwoordde onze pa, dat zouden ze in de wijk ook eens mogen doen, ambiance verzekerd.
De vraag is wie neemt het initiatief.
Totnogis, en ach ja, wie het niet heeft kunnen vinden, een kwispedoor was een spuwbakje dat men gebruikte bij het pruimen, en voor wie het niet wist, langenasem is kauwgom.
Hou uw goed,
Sponske.

Reacties

Wat die fortjes betreft, wist je dat destijds de minister eigenhandig aan het zeel is komen trekken om bij wijze van spreken het fortje omver te trekken? Dat de blok in de De Langhestraat en die in de Spiegelstraat één geheel vormen met een binnenruimte die destijds openbaar was en dat de twee blokken elkaars spiegelbeeld zijn. Wat bij de ene de voorkant is, is bij de andere de achterkant. Het saneren van deze buurt op dergelijke grote schaal was in die tijd uniek, ook daar heeft Mechelen een voortrekkersrol gespeeld.

Leave a response

Your response:

Categorieën